Volgens de wet zijn er globaal genomen twee manieren om gedwongen te worden opgenomen in een psychiatrische instelling. De eerste is een Inbewaringstelling (IBS), de tweede manier is met een Rechterlijke machtiging (RM).
Inbewaringstelling (IBS)
Een inbewaringstelling is een spoedprocedure, waardoor iemand direct kan worden opgenomen. De burgemeester is degene die een IBS kan afgeven, op basis van een geneeskundige verklaring van een onafhankelijk psychiater. Zodra een IBS is afgegeven, wijst de Officier van Justitie de patiënt een advocaat toe. Die komt de patiënt zo snel mogelijk opzoeken en is ook aanwezig wanneer een rechter de patiënt komt horen. Het bezoek van de rechter vindt plaats binnen drie werkdagen. De rechter beoordeelt of het gevaar geweken is. Is dat het geval, dan kan iemand niet meer tegen zijn wil opgenomen blijven. Hij kan de instelling dan verlaten, maar het is ook mogelijk om de hulp op vrijwillige basis voort te zetten. Een IBS kan ook verlengd worden met (maximaal) drie weken.
Rechterlijke Machtiging (RM)
Een Rechterlijke Machtiging (RM) kan bij de Officier van Justitie worden aangevraagd door de partner van een patiënt of familie, een voogd, een curator of de patiënt zelf. Zo'n machtiging kan alleen worden uitgeschreven worden door een rechter. Een Rechterlijke Machtiging wordt aangevraagd als langdurende onvrijwillige opname nodig wordt geacht. Een RM kan bijvoorbeeld op een Inbewaringstelling volgen.

BOPZ
De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) regelt gedwongen opname en behandeling van mensen die lijden aan een geestesstoornis. Er zijn verschillende gronden en instrumenten om iemand gedwongen op te nemen. Zo moet gedwongen opname de laatste voorhanden zijnde mogelijkheid zijn en moet er sprake zijn van gevaar veroorzaakt door een geestesstoornis. Dat iemand door een geestesstoornis een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving wordt ook wel het "gevaarscriterium" genoemd.